Bezienswaardigheden

De imposante en monumentale Sint Servaasbasiliek heeft één van de rijkste schatkamers van Europa. Niet voor niets prijkt zij op de lijst van UNESCO. Hoogtepunten uit de collectie zijn onder andere het schrijn van Sint Servaas en zijn bekende sleutel.

Oorsprong van de schat
De schatten van de kerk zijn haar heiligen. Hun relieken worden met zorg bewaard en vereerd. Zo ook in Schatkamer van de Basiliek van Sint Servaas. De kerkschat is in de loop van vele eeuwen ontstaan. De oorsprong moet gezocht worden bij Sint Servaas zelf. Het verhaal gaat dat hij bij zijn vertrek uit Tongeren de hele kerkschat, bestaande uit het gebeente van zijn voorgangers, meenam. Deze relikwieën zijn al dan niet omhuld door edele metalen met gesteenten of door kostbare stoffen.

Schrijn van Sint Servaas
In de schatkamer koestert Maastricht haar grootste schatten, die vanuit verschillende invalshoeken geëxposeerd worden. Zo is er een verzameling voorwerpen te bezichtigen die betrekking hebben op Sint Servaas. Het schrijn van Sint Servaas, ook wel de ‘Noodkist’ genaamd, is de meest kostbare. Hierin wordt een deel van het gebeente van Sint Servaas, de eerste bisschop van Nederland, bewaard. Daarnaast bevat het schrijn resten van het gebeente van andere bisschoppen van Tongeren en Maastricht. Het Maaslands edelsmeedwerk uit 1160 behoort tot de meest kostbare van Nederland.

Noodkist.jpg


Andere schatten
Uiteraard is er nog veel meer te zien. Zo kunt u de pelgrimsstaf, het borstbeeld, het borstkruis, de kelk met draagaltaar, vele relieken en liturgische voorwerpen bekijken. De schatkamer beschikt ook over een beroemde collectie oosterse zijden stoffen, daterend vanaf de 4e eeuw tot en met de 15e eeuw. Bewonder daarnaast diverse bijzondere reliekhouders: van ivoor en zilver, in de vorm van dozen of horens, of gemaakt uit voorwerpen uit exotische landen, zoals struisvogeleieren en kokosnoten. Zij getuigen van de godsvrucht en kunstzin van onze voorouders.
 

NIK2218 Bisschopsstaf Sint-Servaas.jpg


Locatie van de schatkamer
De kerkschat was vanouds, met zekerheid vanaf 1340, ondergebracht in de zogenaamde Dubbelkapel in de kruisgang van de kerk. In 1873 verhuisde de schatkamer naar de door Cuypers gerestaureerde voormalige kapittelschool in de westelijke kruisgang, en in 1895 naar de voormalige refter. In 1930 werd de schatkamer met een extra ruimte aan de noordkant van de heiligdommenkapel uitgebreid. Na restauratie van de Dubbelkapel werd de schatkamer in 1982 verplaatst naar de oorspronkelijke locatie. De huidige schatkamer bevindt zich op  beide verdiepingen van de kapel, plus een extra zijruimte op elke etage.